Reflectie
Centrale Cliëntenraad
In 2023 heeft Frion haar best gedaan om gezamenlijk stappen te zetten richting duurzame zorg. Cliënten zijn dit jaar bij veel onderwerpen betrokken geweest, waardoor het kwaliteitsbeeld voor de CCR herkenbaar is.
Frion heeft in 2023 geïnvesteerd in de ontwikkeling van cliënten. De CCR zag eigenheid en herkenning in dit onderwerp. Zo zijn bijvoorbeeld meerdere cliënten betrokken geweest bij ontwikkeling van de NepEcht app en is één lid van de CCR opgeleid als ervaringsdeskundige. De CCR heeft de wens uitgesproken dat Frion in 2024 doorgaat met het ontwikkelen van cliënten. De CCR wist niet dat er een training seksuele voorlichting gegeven wordt, wat ze jammer vinden omdat het een belangrijk en interessant onderwerp is.
De CCR vindt dat er bij Frion belangrijke stappen zijn gezet als het gaat om professionalisering van de zorg. Een voorbeeld hiervan is de introductie van de nieuwe huisartsenpraktijk IJsselbolder, welke positief is ontvangen. De invoering van digicontact riep daarentegen gemengde gevoelens op bij de leden van de CCR. Hoewel positieve ervaringen van cliënten met Digicontact worden gehoord, denkt de CCR dat het belangrijk is om voor elke cliënt passende mogelijkheden tot begeleiding te hebben. Niet voor elke cliënt zal Digicontact de juiste vorm van begeleiding zijn. Over het algemeen vindt de CCR het belangrijk dat Frion blijft vernieuwen in de zorg. Vernieuwing helpt cliënten om zelfstandiger te leven, maar brengt ook voordelen met zich mee voor de ouder wordende cliënten en voor medewerkers.
Het afgelopen jaar heeft de CCR ingestemd met een nieuwe vragenlijst voor het cliënttevredenheidsonderzoek voor cliënten die ambulante ondersteuning vanuit de WMO krijgen. Voorheen waren er veel vragen die niet goed pasten, maar met de nieuwe vragenlijst herkent de CCR veel van de antwoorden in de BIT-analyse. Ook valt het de CCR op dat steeds meer mensen meedoen aan het cliëntervaringsonderzoek Ben ik Tevreden, wat ze goed vinden. Desondanks merkt de CCR op dat vragen over seksualiteit en intimiteit nog steeds een drempel vormen om over te praten. Er wordt wel afgevraagd waarom steeds meer cliënten mee willen doen met de BiT, dit wil de CCR nog verder uitvragen.
Ten slotte, merkt de CCR op dat ze veel herkennen in de onderwerpen over duurzaam personeelsbeleid. Ze zien bijvoorbeeld dat er meer vaste gezichten, en daarmee minder invallers, zijn dankzij het nieuwe roosteren. Een uitdaging hierbij is dat door de nieuwe roosters minder begeleiders tegelijkertijd aanwezig zijn, wat het voor cliënten moeilijker maakt om hulp te vragen en spanning veroorzaakt in situaties waarbij slechts één begeleider aanwezig is. Verder is de CCR tevreden met de inzet van de nieuwe aandachtsfunctionarissen leefstijl, die bijdragen aan het maken van gezondere keuzes op het gebied van voeding en beweging.
